Als je een webpagina opent, zie je tekst, afbeeldingen, knoppen en links. HTML helpt de browser te begrijpen wat die onderdelen zijn. De afkorting staat voor HyperText Markup Language.
Je kunt HTML vergelijken met de indeling van een boek. Een boek heeft een titel, hoofdstukken en alinea’s. Met HTML geef je diezelfde soort structuur aan een webpagina.
Hoe werkt HTML?
HTML gebruikt tags. Die staan tussen punthaken en geven aan welke functie een stukje tekst heeft. Zo gebruik je <h1> voor een belangrijke kop en <p> voor een alinea.
Een alinea kan er in HTML zo uitzien:
<p>Welkom op mijn website.</p>
De eerste tag begint de alinea. De tag met de schuine streep sluit haar af. De bezoeker ziet op de webpagina alleen de tekst: “Welkom op mijn website.”
Wat kun je met HTML maken?
Met HTML kun je onder meer koppen, alinea’s, lijsten, afbeeldingen en links aan een pagina toevoegen. Een link naar een andere website schrijf je bijvoorbeeld zo:
<a href="https://stedik.nl">Bezoek Stedik</a>
De bezoeker ziet de klikbare tekst “Bezoek Stedik”. Het webadres staat in de HTML-code en vertelt de browser waar de link naartoe gaat.
En hoe zit het met kleuren en vormgeving?
HTML beschrijft vooral de inhoud en structuur van een pagina. Voor kleuren, lettertypes en de afstand tussen onderdelen wordt meestal CSS gebruikt. Beide werken samen: HTML geeft aan wat iets is, CSS bepaalt hoe het eruitziet.
Moet je HTML kunnen om een website te gebruiken?
Nee. In veel websitebeheersystemen kun je tekst toevoegen zonder zelf HTML te schrijven. Toch is het handig om de basis te kennen. Als je weet wat een kop, alinea of link in HTML is, begrijp je beter hoe een webpagina is opgebouwd en kun je kleine opmaakproblemen makkelijker herkennen.
HTML leren begint dus niet met een ingewikkelde website. Begin met één kop en één alinea. Daarmee heb je de eerste bouwstenen al te pakken.